Jieskje Hollander
Laat de regio de regie nemen om te komen tot structurele vervoersoplossingen voor het Wad. De huidige aanpak werkt leefbaarheid tegen, stelt Jieskje Hollander. De directeur van Wagenborg Passagiersdiensten over de noodzaak van een integrale aanpak. “Vervoer gaat over mensen en leefbaarheid.”
Bereikbaarheid vindt ze te abstract. „Wij zijn een vervoerder. Dat gaat voor ons over mensen die ergens heen willen. Naar hun werk op de vaste wal of juist op de eilanden, naar een afspraak in het ziekenhuis, naar school, familie. En weer terug. Daar zorgen we voor. En daarnaast verzorgen we ook het vervoer van toeristen over en weer. Dat doen we al meer dan 125 jaar, het is wie we zijn. We maken onlosmakelijk deel uit van een groter geheel, van het gebied. Als vervoerder in ‘ketenmobiliteit’ samen met openbaar vervoer en als schakel en deel van een economisch en sociaaleconomisch geheel, met alle mensen en hun leven op de eilanden.”
Het echte vraagstuk ligt in de toekomst
Ze koestert ‘de mooiste baan die er is’, Jieskje Hollander. Geboren en getogen bij de Waddenkust. Als directeur van Wagenborg Passagiersdiensten denkt ze sinds twee jaar in dat ‘heen en weer’, in boten, getijden, veranderende vaargeulen en tal van belangen rond het vervoer naar het oostelijk Wad met Ameland en Schiermonnikoog. Ze zit ‘aan tafel’ bij overleggen over hoe het verder moet met die bereikbaarheid. Of beter gezegd, met mensen en leefbaarheid.
„Ik stel vast dat als we op deze manier blijven ronddraaien in hetzelfde kringetje, we er niet uitkomen. Niet alleen met ons, nee, met geen enkele reder. Hollander spreekt niet over de lopende aanbesteding voor de Waddenverenconcessies – “daar kan ik natuurlijk niks over zeggen” – maar over de verdere toekomst van 10-30 jaar vooruit. “Want daar”, zo stelt ze, “ligt het échte vraagstuk”. Ik denk dat je voor de lange termijn alleen tot werkbare oplossingen komt, als je alle belangen en tijdlijnen op elkaar afstemt. Dat betekent met alle betrokken partijen op hetzelfde moment praten over hetzelfde onderwerp.”
Hoe gaat het nu? ´Betrokken partijen – het Ministerie van I&W, LVVN, de MIRT-projectgroep, gemeenten en Provincie, natuurorganisaties en noem maar op – werken vanuit verschillende belangen, verantwoordelijkheden en planningen. Vervoersconcessies lopen in de regel vijftien jaar, maar een baggeraar die de vaargeulen op diepte moet houden, werkt met een veel korter contract dat bovendien op een ander moment start. Zo lukt het niet gezamenlijk naar de lange termijn te kijken.”
„Eerlijk is eerlijk, veel besluiten rondom de bereikbaarheid van de eilanden worden in Den Haag en binnen verkokerde ministeries genomen. Dat komt de mensen en leefbaarheid in het Waddengebied niet altijd ten goede. Daarom zeg ik, laat de regio de regie nemen, want hier wordt gevoeld en beleefd waar het over gaat. Met regio, bedoel ik de provincie en betrokken gemeenten, van de eilanden en van de vaste wal. En het zou wijs zijn de mensen met kennis uit de praktijk, die het werk moeten uitvoeren, en ook meteen de natuurorganisaties aan tafel te vragen.”
Beloon innovatie
De leefbaarheid niet ten goede komt? „Nee, de departementaal gestuurde werkwijze werkt tegen omdat het beleid heel diverse kaders en tijdlijnen kent en daarom compleet versnipperd is, terwijl het gaat over het kunnen blijven leven en werken in dit bijzondere en unieke gebied. De regio begrijpt die cultuur, voelt het belang aan, omdat het gaat over de mensen in dit gebied. Als je wilt dat leven en werken hier mogelijk blijft, zul je dat centraal moeten stellen. Het huidige model houdt bovendien de gewenste ambitie en innovatie tegen.“
„We zijn een vervoerder met ambitie. Vervoer over water en elektrificatie van schepen gaat heel goed samen. De techniek is er, de kennis ook. Elders zie je wat er kan als je de weg naar elektrificatie mogelijk maakt. De vraag is, waarom pers je die zo gewenste ambitie in een te strak Rijksconcessie-keurslijf, op een manier die geen ruimte biedt aan innovatie, gezamenlijke experimenten en slimme tussenoplossingen? Bij de huidige concessie in 2014 was er nog geen positieve aandacht voor die ontwikkeling. Nu is die heel urgent. Tegelijk heeft het Rijk weinig oog voor het lange termijn verdienmodel dat nodig is om die technologische stap mogelijk te maken. Ik heb 10 jaar in het openbaar vervoer gewerkt, waar zogeheten ademende concessies gefaseerd ruimte geven aan ontwikkelingen, die je niet altijd kunt plannen. Ik pleit ervoor dat hier ook te doen. Beloon innovatiesprongen en het creatieve denken dat daarbij hoort. Dat geldt voor ons, maar ook voor andere reders, aanbieders van aanvullende mobiliteitsoplossingen en voor baggeraars: als je iets wilt ontwerpen voor dit unieke UNESCO- en ondiepe vaargebied, moet je het hier wel kunnen terugverdienen.”
Vervoerder is deel van de oplossing
„Zoek het gedeelde belang”, stelt Jieskje Hollander vast. „En probeer samen te werken aan wat meer is dan de som der delen.” Maar hoe, denkt ze, kan die som der delen er uitzien als het gaat over dat vervoer? „Ik constateer dat er vanuit die verschillende ‘beleidstafels’ verschillend wordt gedacht. En vooral vanuit beperking. Een paar voorbeelden? Gemeenten zoals Ameland hebben de wens geuit het autoverkeer op het eiland te willen beperken. Vanuit natuur wordt er gestuurd op het mantra van minder afvaarten. Rijkswaterstaat wijst op te krappe budgetten om de infra en vaargeulen te onderhouden. Tegelijk wil niemand in het gebied dat de eilanden minder goed bereikbaar zijn of vervoer met een hogere prijs, ook dat ligt vast in nota’s.”
„De vraag moet zijn: hoe kan het wél? Verkokerd denken in beperkingen leidt niet naar een oplossing. Het is waardevoller met elkaar te zoeken naar wat het beste is vanuit leefbaarheid in dit gebied. Die aanpak vergt creativiteit, ruimte om te experimenteren en regie in de regio. Durf te doen. Laten we met elkaar aan tafel gaan, om een stap vooruit te zetten. Het vergt lef, maar ook de vervoerder is deel van de oplossing voor leefbaarheid.”





