Marjolein Vulpes bij de installatie voor Warmte Koude Opslag in het provinciehuis
Het team Energie van Provincie Drenthe werkt op verschillende manieren aan de energietransitie en de energie-infrastructuur speelt daarin een cruciale rol. Zo moeten netbeheerders het electriciteitsnet verzwaren, maar dit kan niet overal tegelijk. Er moeten keuzes gemaakt worden en daarin nemen provincies de regie.
Dat doen ze met behulp van het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (pMIEK). ,,Netbeheerders mogen niet maatschappelijk prioriteren’’, zegt Marjolein Vulpes, projectleider pMIEK bij Provincie Drenthe. ,,Dat betekent dat zij niet mogen bepalen welke projecten voorrang krijgen. Maar we willen mensen en middelen, die schaars zijn, wel efficiënt inzetten. Zo willen we bijvoorbeeld voorkomen dat er woningen gebouwd worden die leeg blijven staan omdat ze nog niet op het net aangesloten kunnen worden. Het Rijk heeft provincies daarom gevraagd te helpen bij het maatschappelijk prioriteren, met behulp van een pMIEK.’’
Dataverzameling
Het pMIEK brengt de energiebehoefte van de toekomst in kaart door te kijken naar maatschappelijke ontwikkelingen, zoals geplande woningbouw, industrie, mobiliteit en de Regionale Energiestrategie (RES) voor opwek. Een belangrijke stap in de totstandkoming van een pMIEK is dataverzameling, waarvoor regelmatig werksessies plaatsvinden met netbeheerders TenneT, RENDO en Enexis en gemeenten. Netbeheerders geven aan welke technische, ruimtelijke en financiële mogelijkheden en uitdagingen zij zien ten aanzien van investeringen. Gemeenten leveren op hun beurt informatie aan over eigen ambities en beleid en dragen bij aan de ontwikkeling van het pMIEK. De uitkomsten worden aangeleverd voor de investeringsplannen van netbeheerders en het is de bedoeling dat dit tevens doorwerkt in het beleid van de provincie en gemeenten. Omdat ook provincie en gemeenten capaciteitsproblemen hebben, zijn zij ook gebaat bij prioritering. Ze kunnen hierdoor heldere keuzes maken en efficiënt bijdragen aan het versnellen van de energietransitie.

Stappenplan
Het meerjarenprogramma richt zich op de middellange tot lange termijn en wordt elke twee jaar geactualiseerd door steeds hetzelfde stappenplan te doorlopen. pMIEK 1.0 werd in juni 2023 opgeleverd en inmiddels ligt er al een plan van aanpak voor pMIEK 3.0. Marjolein Vulpes: ,,Door de aanpak en data steeds opnieuw volgens een stappenplan tegen het licht te houden, maken we gebruik van voortschrijdend inzicht van alle betrokkenen. In het eerste meerjarenprogramma lag de focus op het prioriteren van elektriciteit en vanaf pMIEK 2.0 nemen we ook andere energiebronnen mee, zoals warmte, waterstof en groen gas. Het mooie is dat we elkaar steeds beter leren kennen en hoewel data met elkaar delen spannend kan zijn, vanwege verschillende belangen en de impact van plannen, hebben we hetzelfde doel. Het is een leerproces, maar we zijn er allemaal van doordrongen dat we elkaar nodig hebben en dat versnelling noodzakelijk is. Dat betekent dat we beginnen met de belangrijkste projecten en onderweg processen blijven evalueren en bijsturen.’’
‘We willen schaarse mensen en middelen efficiënt inzetten’
De uitkomsten van het pMIEK vallen uiteen in twee categorieën: concrete projecten en verkenningsprojecten. Op basis van de gemaakte keuzes is het aan provincie en gemeenten om de juiste vergunningen te verlenen zodat projecten snel en goed voorbereid uitgevoerd kunnen worden. ,,Voorbeelden van concrete projecten in Drenthe zijn de nieuwbouw van een extra hoogspanningsstation bij Assen en de aftakking van de waterstofbackbone in Emmen. Deze backbone verbindt grote industriële centra in Nederland met elkaar zodat zware industrie waterstof kan gebruiken in plaats van aardgas’’, aldus Marjolein Vulpes.
Waterstofbackbone
De concrete projecten zijn al opgenomen in investeringsplannen, terwijl voor verkenningsprojecten de kansen, uitdagingen en betrokkenen nog niet helder zijn. Voor de vaststelling van het volgende pMIEK worden ze verkend. ,,De provincie geeft hiermee aan dat het project mogelijk van belang is voor het provinciale energiesysteem. In het volgende pMIEK kan het mogelijk als concreet project worden opgenomen. Voorbeelden daarvan zijn de aftakking van de waterstofbackbone voor de industrie in Hoogeveen, de oprichting van een regionaal warmtebedrijf en de toepassing van groen gas. Dat laatste biedt in Drenthe mogelijk kansen vanwege het grote aantal agrarische bedrijven in onze provincie. Mest is in de toekomst misschien geen afval meer, maar een grondstof voor groen gas. De oprichting van een regionaal warmtebedrijf, mogelijk in samenwerking met Provincie Overijssel, netbeheerders Enexis, Rendo, Cogas en Energiebeheer Nederland als deelname namens het Rijk, is nu in voorbereiding. Dit warmtebedrijf draagt bij aan de realisatie maar legt ze zelf niet aan. In het volgende pMIEK wordt wellicht de opslag van energie en de bouw van een SMR, een kleine kerncentrale, verkend.’’





