Rudolf Simons en Else Maria van der Meulen, auteurs van het rapport Autonomie voor Fryslân
Jarenlang stonden data, modellen en digitale systemen nauwelijks op de politieke agenda in Den Haag. Inmiddels is data-autonomie opgenomen in het nieuwe coalitieakkoord. Internationale spanningen en afhankelijkheden maken duidelijk waarom dit onderwerp snel belangrijker wordt. Ook voor Fryslân.
In recente Europese en landelijke rapporten, waaronder dat van Draghi en Wennink, wordt gewezen op de risico’s van afhankelijkheid van externe digitale systemen en het belang van zeggenschap over data. Tegen deze achtergrond schreven Rudolf Simons en Else Maria van der Meulen het rapport ‘Autonomie voor Fryslân’, een beschouwende analyse van hoe data en digitale infrastructuur steeds bepalender worden voor besluitvorming. Rudolf Simons is directeur van DataFryslân. Else Maria van der Meulen is directeur van DDFR IT Infra & Security. Samen laten zij zien wat deze ontwikkeling vraagt van organisaties en bestuurders in Fryslân.
Besluiten worden eerder voorbereid dan gedacht
Voor Simons wordt digitalisering te vaak gezien als een technisch onderwerp. In de praktijk gaat het volgens hem over verantwoordelijkheid en zeggenschap, en over wie invloed kan uitoefenen. Veel beleid wordt voorbereid met data, modellen en digitale analyses. Daarbij liggen aannames en definities vaak al vast voordat het gesprek begint. Dat verschuift invloed, meestal zonder dat daar bewust voor wordt gekozen. Juist daarom is het belangrijk om vooraf afspraken te maken, benadrukt Simons. “Met duidelijke kaders kan data ook helpen om keuzes beter uit te leggen en inwoners inzicht te geven in hoe besluiten tot stand komen.”
Fryslân is geen gemiddelde
Fryslân wijkt op meerdere punten af van landelijke gemiddelden. Afstanden zijn groter. De bevolking vergrijst. Voorzieningen zijn dunner gespreid. Ook taal en cultuur spelen hier een belangrijke rol. Wanneer generieke modellen leidend zijn, sluiten uitkomsten niet altijd goed aan bij deze regionale werkelijkheid. Dat kan leiden tot beleid dat formeel klopt, maar in de uitvoering schuurt.
“En dan ontstaat spanning,” zegt Simons. “Niet omdat iemand iets fout doet, maar omdat regionale verschillen onvoldoende worden meegenomen.” Volgens hem raakt dat direct aan rechtvaardigheid. “Gelijke behandeling betekent niet dat iedereen hetzelfde krijgt, maar dat verschillen worden herkend en meegewogen.”
Zeggenschap over data
In het rapport wordt data-autonomie niet gezien als een technisch vraagstuk. Het gaat niet om alles zelf doen of om eigendom van data, maar om invloed op de voorwaarden waaronder data worden gebruikt.
“Data-autonomie betekent weten welke data worden gebruikt en hoe ze worden geïnterpreteerd,” aldus Simons. “Zonder die kennis verschuift besluitvorming naar systemen en partijen buiten het directe zicht. De gevolgen daarvan voelen we hier.”
De stille basis onder digitale diensten
Achter data en digitale toepassingen zit een technische basis. Om data veilig te kunnen transporteren is een betrouwbare infrastructuur nodig. Deze onderdelen zijn vaak onzichtbaar, maar vormen het fundament onder alle digitale dienstverlening.
Else Maria van der Meulen ziet dagelijks hoe belangrijk dit fundament is. Vanuit haar rol bij DDFR is zij hier al vijfentwintig jaar continu mee bezig. “Infrastructuur wordt vaak gezien als iets technisch, maar het is de basis onder bereikbaarheid en continuïteit. Als die niet op orde is, merken organisaties en inwoners dat direct,” zegt zij. “De wereld is de afgelopen jaren enorm veranderd. Kijk alleen al naar de hoeveelheid DDoS-aanvallen nu en pakweg vijftien jaar geleden.”
Volgens Van der Meulen vraagt dat om blijvende aandacht voor veiligheid en betrouwbaarheid. “DDFR zorgt voor de digitale snelweg. Wij zorgen met onze dienstverlening dat data op een veilige manier wordt getransporteerd, zodat organisaties op een betrouwbare manier met elkaar data kunnen uitwisselen.” Continuïteit en veiligheid zijn volgens haar geen extra’s. Ze zijn voorwaarden om vertrouwen te behouden.
Waarom dit nu speelt
Dat het onderwerp data-autonomie nu zo nadrukkelijk speelt, vraagt om keuzes die passen bij de Friese schaal en manier van samenwerken.
“Niet omdat Fryslân voorop wil lopen, maar omdat de gevolgen hier vroeg zichtbaar zijn,” zegt Simons.
Digitale systemen en contracten worden vaak voor meerdere jaren vastgelegd. Wat vandaag praktisch lijkt, kan later lastig te veranderen zijn. Zoals Simons het samenvat: “Niet handelen is ook een keuze. En die keuze werkt lang door.”
Volgens Van der Meulen is dit een bewuste regionale keuze. “Door samen te werken aan data en infrastructuur ontstaat ruimte om publieke waarden te borgen en organisaties beter voor te bereiden op de toekomst.”
Samen sterker in Fryslân
Geen enkele organisatie kan deze opgave alleen aan. Samenwerking binnen Fryslân is daarom essentieel. Door kennis te delen en afspraken te maken, wordt de weerbaarheid vergroot, stelt Van der Meulen. Dat voorkomt dat organisaties afzonderlijk afhankelijk worden van systemen waar zij weinig invloed op hebben.
Waarom dit iedereen raakt
Voor inwoners lijkt digitalisering soms ver weg. Toch raakt het direct aan bereikbaarheid, dienstverlening en vertrouwen. “Als data en systemen bepalen wat zichtbaar wordt, bepalen ze ook welke keuzes worden gemaakt,” stelt Simons. “Juist daarom is het belangrijk dat die keuzes aansluiten bij wat inwoners van Fryslân nodig hebben.”
Van der Meulen vat het samen. “Data en infrastructuur zijn geen doel op zich. Ze zijn een voorwaarde voor een toekomstbestendig Fryslân in een onrustige wereld.”
Je kunt het volledige rapport vinden op autonomie.frl.





