Strak langs het lijntje, diep voorovergebogen in zijn rolstoel, zit Johan (39) een prent van een herfstblad uit te prikken. ,,Voor op het menu”, zegt hij trots. Johan maakt het etentje van de herfstmarkt extra sjiek. Eelkje strijkt, zoals altijd, met een bout die niet te heet is. ,,Ik help anderen die dat niet kunnen.” Zo gaat dat in Nieuw Woelwijck. Hier leven bijna 400 bewoners met een ernstige verstandelijke handicap samen, dankzij de zorg van zo’n 730 medewerkers.
In de Kniepstuver is altijd wat te doen. Namen van medicijnflesjes wegpoetsen of witte washandjes sorteren, het moet allemaal gebeuren. Voor bewoners van Nieuw Woelwijck is de werkplaats een fijne plek om zinnig hun dag in te delen én zich onderdeel te voelen van deze gemeenschap. ,,Zij voelen zich hier gezien”, zegt Trix Hiemstra, bestuurder bewonerszorg. ,,Dat geeft eigenwaarde, zeker als ze daarmee wat voor anderen doen.”
En dan mag Nieuw Woelwijck in Sappemeer – ondanks een heus bord bij de ingang – niet officieel een dorp zijn, maar zo voelt het wel voor de mensen die hier samenleven in 43 woningen rond een dorpsplein en een kantoor dat ‘raadhuis’ heet. Met een kledingwinkel waar bewoners nu en dan met begeleiding kunnen winkelen in rekken vol kleurige kleding en een kruidenier met etenswaren om, met een winkelboekje, heel gericht wat boodschappen voor hun woning te halen
‘Bewoners voelen: wij horen bij elkaar’
Veilig
Nieuw Woelwijck is een thuis, zegt Hiemstra, waar mensen met een ernstige tot zeer zware verstandelijke handicap zich veilig kunnen voelen. ,,Hier hoeven ze niet bang te zijn voor de echte wereld, die voor hen te groot en overweldigend is.” Want het ontwikkelingsniveau van deze bewoners, in leeftijd variërend van acht tot hoogbejaard, zit hooguit op het niveau van een vierjarig kind. En bij een meervoudige – dus ook fysieke – beperking houdt dat soms wel op bij een half jaar.
,,Wij zorgen hier voor een samenleving die past bij de beleving van deze mensen”, zegt groepsbegeleider Bert de Boer. ,,Dat is voor hen veel beter dan verwachten dat zíj zich moeten aanpassen aan een wereld, waarin ze absoluut niet kunnen functioneren.” De bewoners doen wat ze kunnen. Liefst zo zelfstandig mogelijk, maar meer wordt er van hen niet verwacht.
Het is goed om mensen die dat kunnen in de maatschappij te laten meedoen, maar gelukkig – zo stelt Hiemstra – wordt in de zorg erkend dat je ook plekken nodig hebt voor mensen voor wie die maatschappij te ingewikkeld of overweldigend is. Sinds 1977 is Nieuw Woelwijck zo’n plek. Zonder hekken, want niemand loopt weg. Een enkele bewoner wil wel eens in een verstoring weglopen of fietsen, maar vaak naar bekende plekken. Sommige bewoners zijn snel. De Boer, grijnzend: ,,Maar dan kunnen wij ook hard lopen.’’

Gedrag lezen
Zo is humor voor begeleiders een beproefd middel om het soms complexe werk wat te relativeren en lichter te maken. Meer ontspannen, voor bewoners én onder collega’s. Van de 730 medewerkers werken in Nieuw Woelwijck zo’n 500 mensen dagelijks in een woning, waar zij dan tien bewoners – uiteraard met andere collega’s – moeten kennen en begeleiden. Wat speelt er? Hoe is het humeur? Als dat niet met woorden kan, moet je hun gedrag doorgronden.
Hiemstra: ,,Elke vorm van gedrag moet je hier zien als taal. De meeste bewoners hebben niet het vermogen zelf te vertellen wat er aan de hand is.” Dat maakt het werk uitdagend. ,,Een verstandelijke beperking zit vaak op verschillende terreinen. Dat is disharmonisch en maakt onvoorspelbaar.” Elke dag kan anders zijn. Achter een slechte dag kan best iets zitten dat lang geleden is gebeurd, maar geen woorden kon krijgen.
Wat altijd helpt, zijn vertrouwde klussen en een strak programma met gezamenlijke activiteiten: het straattheater, de theatervoorstelling, het koffieconcert waar om de week lief en leed wordt gedeeld. ,,Zo’n vast ritme in de dag, in de week én het jaar geeft veel houvast”, zegt bestuurder Ingrid Zwiers. Het maakt leven in het dorp gezellig. ,,Bewoners voelen dat ook: wij horen bij elkaar.”
Vertrouwen
Voor ouders moet Nieuw Woelwijck een plek zijn, waar zij hun kind met een gerust hart achter durven te laten. Dat is ongelooflijk moeilijk, ziet Hiemstra. ,,Ouders hebben vaak lang zelf die zorg op zich genomen, houden van hun kind en moeten ’t dan aan een ander toevertrouwen. Stoppen ze hem wel goed in, ’s avonds? En ook niet te goed? Aan dat vertrouwen werken wij hard. Als het schuurt, blijven we in gesprek. En ouders zijn hier altijd welkom, overdag en zeker bij gezamenlijke activiteiten.”
Inzet is dat bewoners hun hele leven in dit dorp blijven. Dan is het fijn als de begeleiders vertrouwde gezichten zijn, maar dat lukt niet altijd. In de zorg is veel werk te vinden en dat zorgt – net als overal – voor veel verloop. Daarom investeert Nieuw Woelwijck veel in een bbl-opleiding voor betrokken mensen, die zonder zorgopleiding dit werk in willen. Een aanrader, zegt De Boer: ,,Wat wij doen, is voor deze mensen hartstikke waardevol. En het is hier nooit saai!”





